
![]() |
|
Waar komt alles vandaan ? Waar kom ik vandaan ? Wat gebeurt er met mij als ik dood ben ? Overal in de wereld werden en worden op die vragen antwoorden gezocht. Elk volk heeft zo z'n eigen ontstaansverhalen. |
|
In de zedenleerklas stelden de kinderen van het vijfde en het zesde leerjaar in groepjes mythes van verschillende volkeren over het ontstaan van de eerste mens aan elkaar voor. Ze maakten van elke mythe een eigen interpretatie in de vorm van een schimmenspel. |
|
Uit de sago-palm |
![]() |
Heel lang geleden was er slechts één mens op de wereld. Hij heette Fumeripits. Omdat hij graag een dak boven zijn hoofd had, bouwde hij het eerste mannenhuis. Maar daar voelde hij zich erg alleen. Dus maakte hij mensen uit hout van de sago-palm. |
![]() |
Toen hij zich omringd had met deze figuren, was zijn eenzaamheid nog altijd niet verdwenen. Want het waren slechts beelden, geen echte mensen die konden praten. Toen pakte hij zijn trommel en begon muziek te spelen. |
![]() |
En zie, de beelden kwamen tot leven. Hun elleboog en knieën die nog aan elkaar vast zaten, kwamen los. Ze begonnen te dansen. Zo zijn de eerste mensen ontstaan. |
Volgens de ASMAT, Papoea's uit ZW Nieuw-Guinea |
Uit een mand vol botten |
In het begin was er niets. Toen schiep Kumush de wereld. Hij strooide zaad over het land en vroeg de bergen, de rivieren en de bronnen voor het zaad te zorgen. Hij schiep ook mensen. Op een dag bezocht hij de uiterste rand van de aarde. Toen hij terugkeerde had hij een dochter mee. Niemand weet waar vandaan. Hij was zo lang weggeweest dat alle mensen die hij kende, dood waren toen hij terugkeerde. Hij maakte voor zijn dochter mooie jurken, één voor elke fase in het leven. De mooiste was voor de dood. Een paar dagen voor ze een vrouw werd, ging ze bij Kumush dansen. Daarna viel ze in slaap en droomde dat ze niet lang meer zou leven. Ze vertelde het aan Kumush en vroeg om de mooiste van haar jurken te mogen aantrekken. Zodra ze het kleed had aangetrokken, stierf ze. Haar geest trok naar het westen. |
![]() |
Kumush had erg veel verdriet en besloot haar geest te volgen. Zo kwam hij in de grotten van het Huis van de Dood. Het was er prachtig en vol geesten. Kumush bleef er en danste met de geesten. Maar na enige tijd kreeg hij toch genoeg van die onderwereld. Hij besloot om terug te keren naar de aarde om die opnieuw met mensen te bevolken. Hij nam een mand vol botten mee. Maar de botten schreeuwden dat ze in het Huis van de Dood wilden blijven. Ze sprongen zelfs uit de mand en renden terug de grotten in. Kumush werd boos en riep dat leven mooi was. |
![]() |
Uiteindelijk bereikte hij met zijn mand de aarde en plantte alle botten in de grond. Uit elk bot ontstond een volk, een stam. Toen nam Kumush afscheid en nam de weg van de zon. Toen hij in het midden van de hemel was, bouwde hij er een hut. Daar woont hij nog steeds. |
Amerikaans |