Elmer, de lapjesolifant
 
       
       

‘Iedereen is uniek’ en ‘Anders is normaal’.

Twee belangrijke boodschappen die worden doorgegeven in het eerste leerjaar in het verhaal van « Elmer, de lapjesolifant ».

 

Elmer is een bijzondere olifant, hij is niet grijs zoals alle andere olifanten. Elmer is net een lappendeken, op zijn huid zitten allemaal vierkantjes van verschillende kleuren. Elmer maakt de andere olifanten aan het lachen en de olifanten maken soms grappen over hem. Op een nacht kan Elmer niet slapen en hij bedenkt dat hij er genoeg van heeft om anders te zijn. Vervolgens gaat hij het bos in op zoek naar grijze bessen. Hij komt de dieren tegen die ‘Goeiemorgen, Elmer’ tegen hem zeggen. Wanneer hij de grijze bessen heeft gevonden rolt zich heen en weer in de bessen tot hij helemaal grijs is geworden. Op de terugweg herkennen de dieren hem niet meer en zeggen ‘Goeiemorgen, olifant’. Terug bij de andere olifanten herkent niemand hem. De andere olifanten zijn erg stil. Elmer kan het niet laten om heel hard BOEH te roepen. Elmer houdt van lachen. De andere olifanten schrikken zich een hoedje, maar gelukkig is het Elmer. Ze hadden hem gemist. Als er een regenbui komt spoelt deze Elmer weer schoon en zie je de lappendeken weer. De olifanten spreken af dat er één keer per jaar een optocht in vermomming wordt gehouden en dat Elmer op die dag gewoon grijs is.

Het verhaal gaat over anders zijn dan de anderen. Elmer wordt gewaardeerd zoals hij is en dat zou ook in deze maatschappij zo moeten zijn.